In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de politierechter bevestigd waarbij verdachte werd veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens vernieling van meerdere deuren in een appartementencomplex en het bezit van verdovende middelen in strijd met de Opiumwet.
De politierechter had tevens de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing, een beslissing die het hof onderschrijft. De tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden werd eveneens bevestigd.
De verdediging voerde aan dat de feiten zich niet in de openbare ruimte hadden voorgedaan en verzocht om een taakstraf in plaats van gevangenisstraf, wat het hof afwees gelet op de ernst van de feiten en het justitieel verleden van verdachte. Het hof oordeelde dat het appartementencomplex mogelijk toegankelijk was voor derden, waardoor de openbare ruimte niet uitgesloten kon worden.
De bewijsvoering werd uitgebreid met proces-verbalen van aanhouding, bevindingen en doorzoeking. De vordering tot schadevergoeding van €625,- werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van aanwezigheid van de benadeelde partij in hoger beroep. Het hof legde geen verlenging van de proeftijd op en zag geen reden tot strafvermindering.