In deze zaak stond de profijtontneming centraal van een betrokkene die deelnam aan een criminele organisatie die illegale vuurwerkhandel dreef. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €29.143,- en een betalingsverplichting van €26.229,- opgelegd met een gijzelingstermijn van 525 dagen. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in en vorderde een veel hoger voordeel en betalingsverplichting.
Het hof heeft de vordering van het openbaar ministerie grotendeels verworpen en bevestigd dat het aantal ingevoerde containers in 2006 12 bedroeg, niet 36, en dat de gehanteerde bruto-winstmarge van 47,33% juist was. Ook wees het hof het standpunt van een illegaliteitsfactor van 1,5 af, omdat deze niet was onderbouwd met specifieke gegevens uit deze zaak.
De verdeelsleutel van het voordeel werd bevestigd op 20% voor de betrokkene, passend bij haar ondersteunende rol binnen de organisatie. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep matigde het hof de betalingsverplichting met 15%, waardoor deze op €24.771,- werd vastgesteld. De maximale gijzelingstermijn werd vastgesteld op 495 dagen, conform wettelijke normen.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betalingsverplichting en gijzeling betrof en deed in die onderdelen opnieuw recht, terwijl het vonnis voor het overige werd bevestigd.