Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant betreffende de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft deelname aan een criminele organisatie en illegale vuurwerkhandel over de jaren 2006-2008.
De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €58.287,- met een betalingsverplichting van €52.458,- en een gijzelingsduur van 1.050 dagen. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in en vorderde een veel hoger voordeel en betalingsverplichting. Het hof onderzocht de omvang van het voordeel, de toepasselijke bruto-winstmarge, de illegaliteitsfactor en de toerekening van het voordeel aan betrokkene.
Het hof bevestigde het aantal ingevoerde containers op 12 in 2006, gebaseerd op contante stortingen en betalingen aan de Chinese leverancier. De gehanteerde bruto-winstmarge van 47,33% werd eveneens bevestigd, gebaseerd op jaarrekeningen van een aan de groep verwant legitiem bedrijf. De voorgestelde illegaliteitsfactor van 1,5 werd verworpen wegens gebrek aan specifieke onderbouwing.
De toerekening van het voordeel aan betrokkene werd vastgesteld op 10%, conform eerdere strafvonnissen en de rolverdeling binnen de criminele organisatie. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep werd de betalingsverplichting met 15% gematigd tot €49.543,-. De maximale gijzeling werd vastgesteld op 990 dagen. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betalingsverplichting en gijzeling betrof en deed opnieuw recht, bevestigde het vonnis voor het overige.