De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder voor de rechthebbende. Het beschermingsbewind werd ingesteld in 2016 wegens verkwisting en problematische schulden.
De rechthebbende klaagt over een moeizame samenwerking en gebrek aan betrokkenheid van de huidige bewindvoerder, die niet adequaat heeft ondersteund tijdens het WSNP-traject. De bewindvoerder stelt dat de samenwerking onmogelijk is door het gebrek aan medewerking van de rechthebbende, maar gaat akkoord met een wijziging.
Het hof oordeelt dat de bewindvoerder haar taken niet onbehoorlijk heeft uitgevoerd, maar erkent dat de verstoorde verstandhouding en communicatieproblemen een gewichtige reden vormen voor ontslag. Het hof wijst het verzoek tot ontslag en benoeming van de opvolgend bewindvoerder toe, met ingang van 19 september 2024.
De opvolgend bewindvoerder wordt gezien als betrokken en ondersteunend, wat de samenwerking met de rechthebbende zal verbeteren. Het hof legt tevens administratieve verplichtingen en vergoedingen vast voor de bewindvoerders.
De beschikking wordt vernietigd en de nieuwe bewindvoerder benoemd, met een afschrift voor registratie in het Centraal curatele- en bewindregister.