Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] , Oostenrijk,
2.[geïntimeerde sub 2]wonende te [woonplaats] ,
3.[geïntimeerde sub 3] ,wonende te [woonplaats] ,
4.[geïntimeerde sub 4] ,
5.[geïntimeerde sub 5] ,
6.[geïntimeerde sub 6] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/375617 / HA ZA 21-733)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde sub 3] , [geïntimeerde sub 4] , [geïntimeerde sub 5] en [geïntimeerde sub 6] verleende verstek;
- de memorie van grieven,
- het H16-formulier voor de rolzitting van 10 oktober 2023 van de zijde van [geïntimeerde sub 1] , waarin [geïntimeerde sub 1] aangeeft zich te kunnen vinden in hetgeen [appellante] in de memorie van grieven heeft gesteld;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde sub 2] met productie 1;
- de akte van [appellante] ;
- de mondelinge behandeling, waarbij [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 1] spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- het H10-formulier van de zijde van [appellante] en het H16-formulier van de zijde van [geïntimeerde sub 1] voor de rolzitting van 2 juli 2024, waarin partijen vragen om arrest.