Het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, zevenentwintigste meervoudige kamer voor strafzaken, van 14 augustus 2024, inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte [verdachte] ;
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2023 (pg. 16-17), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] ;
De kennisgeving van inbeslagneming registratienummer: PL2000-2023095943-5 (pg. 52-53);
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2023 (pg. 29-31), inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] .
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 28 april 2023 (pg. 32), 2023.04.28.170 (aanvraag 001), opgemaakt door de NFI-deskundige [deskundige] , inhoudende diens relaas als rapporteur;
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 28 april 2023 (pg. 33 ), 2023.04.28.170 (aanvraag 002), opgemaakt door de NFI-deskundige [deskundige] , inhoudende diens relaas als rapporteur;
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 28 april 2023 (pg. 34), 2023.04.28.170 (aanvraag 003), opgemaakt door de NFI-deskundige [deskundige] , inhoudende diens relaas als rapporteur;
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 28 april 2023 (pg. 35), 2023.04.28.170 (aanvraag 004), opgemaakt door de NFI-deskundige [deskundige] , inhoudende diens relaas als rapporteur.
Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een lichtere sanctie dan een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. In de omstandigheid dat de verdachte thans ervan blijk heeft gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien, ziet het hof evenwel aanleiding om de op te leggen gevangenisstraf grotendeels in voorwaardelijke vorm op te leggen. In verband met de toepasselijkheid van het taakstrafverbod, als bedoeld in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, zal het hof het onvoorwaardelijke deel daarom bepalen op één dag. Het hof komt tot een zwaardere straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd. In de door de advocaat-generaal geformuleerde vordering komt naar het oordeel van het hof de ernst van het feit in onvoldoende mate tot uitdrukking. Daarnaast ziet het hof, op grond van al het voorgaande, aanleiding om tevens aan de verdachte een taakstraf op te leggen. Daarbij zal het hof – mede gelet op de ernst van het bewezenverklaarde alsook gelet op verdachtes eerdere onherroepelijke veroordeling wegens een soortgelijk feit – aan de voorwaardelijke gevangenisstraf niet een proeftijd verbinden van twee jaren, maar van drie jaren. Het hof beoogt hiermee de verdachte een sterke prikkel te geven zich in de toekomst te onthouden van het plegen van strafbare feiten.