Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
- [de bewindvoerder] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] (de bewindvoerder);
- [de zoon], wonende te [woonplaats] (de zoon).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak betreft het een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake het bewind over toekomstige goederen van de rechthebbende. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank te Roermond, waarbij een bewind is uitgesproken.
De rechthebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Echter, bij bericht van 25 juli 2024 heeft de advocaat van de rechthebbende namens hem het hoger beroep ingetrokken. Hierdoor zijn de grieven niet meer gehandhaafd.
Het hof heeft op basis van deze intrekking geoordeeld dat de rechthebbende niet-ontvankelijk is in het verzoek tot hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en de beschikking van de rechtbank blijft staan.
De beslissing is op 19 september 2024 in het openbaar uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij tevens de bewindvoerder en de zoon als belanghebbenden zijn betrokken.
Uitkomst: De rechthebbende is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.