De verdachte werd door de economische politierechter vrijgesproken van het tenlastegelegde motorrijden in het stiltegebied Ullingse Bergen. De officier van justitie stelde hoger beroep in. Het hof heeft het vonnis vernietigd en het tenlastegelegde bewezen verklaard met correctie van een datumfout.
Het hof stelde vast dat de verdachte op 30 januari 2022 met een motorvoertuig het stiltegebied betrad buiten de voor gemotoriseerd verkeer opengestelde wegen, ondanks duidelijke bebording die dit verbood. De verdachte gaf aan geen borden te hebben gezien, maar wist dat motorrijden in stiltegebieden verboden is. Het hof oordeelde dat de verdachte onvoldoende oplettend was en dit gedrag voorwaardelijk opzet inhoudt.
De strafrechtelijke kwalificatie betreft een overtreding van een voorschrift krachtens artikel 1.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Het hof hield rekening met het feit dat de verdachte een eerste keer is veroordeeld en legde een geheel voorwaardelijke geldboete van €500 op, waarbij de hechtenis van 10 dagen als subsidiaire sanctie werd bepaald. De eerder opgelegde strafbeschikking werd vernietigd en het vonnis van de politierechter werd vervangen door dit arrest.