Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] (Zwitserland),
wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de dagvaardingen in hoger beroep van 12 juli 2022;
- het tussenarrest van 18 oktober 2022;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen d.d. 25 januari 2023;
- de memorie van grieven, tevens houdende incidentele vordering en vermeerdering van eis, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident, met producties;
- het arrest in het incident ex artikel 843a Rv van 4 juli 2023;
- de memorie van antwoord, met producties.
6.De verdere beoordeling
dusdoor [geïntimeerde sub 2] of [geïntimeerde sub 1] en zonder haar toestemming zijn verricht. Ook ten aanzien van die stellingen blijft het bij aannames, zo voeren [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 1] aan. Erflaatster was niet wilsonbekwaam, was in staat om zelfstandig haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen en beheerde haar eigen financiën (met uitzondering van de effectenportefeuille die door een vermogensbeheerder bij de ABN AMRO Bank werd beheerd). Het door [persoon D] opgestelde rapport wordt door [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 1] integraal betwist.
“mogelijk”in samenspraak met [geïntimeerde sub 1] regelde. Dat hij zich in de periode na de opname gelden heeft toegeëigend is ook niet gesteld.
7.De uitspraak
12 november 2024voor het nemen van een memorie na tussenarrest door [geïntimeerde sub 2] met het in 6.12.1 genoemde doel en voor het nemen van een akte door [appellante sub 1] , [appellante sub 2] en [appellante sub 3] met het in 6.12.2 genoemde doel, waarna beide partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld gelijktijdig een antwoordmemorie respectievelijk een antwoordakte te nemen;