ECLI:NL:GHSHE:2024:3149
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel na afwijzing niet-ontvankelijkheid OM
In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd waarbij aan de verdachte een betalingsverplichting is opgelegd ter hoogte van €31.149,00 als maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat een medeverdachte een transactievoorstel kreeg terwijl tegen de verdachte en andere medeverdachten wel werd vervolgd en een ontnemingsprocedure werd gestart.
Het hof oordeelde dat het opportuniteitsbeginsel de officier van justitie de bevoegdheid geeft om te besluiten tot vervolging of afzien daarvan, en dat de rechter dit slechts marginaal kan toetsen. De verschillen in rol en beschikbare informatie tussen de verdachten maakten dat het OM in redelijkheid tot vervolging van de verdachte en twee medeverdachten kon besluiten, terwijl een andere medeverdachte een transactie kreeg aangeboden. Daarmee was geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.
De verdediging voerde verder aan dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was omdat transportkosten niet waren meegenomen, en dat de verdachte en een medeverdachte niet persoonlijk over het voordeel konden beschikken. Het hof sloot zich echter aan bij het vonnis van de rechtbank en verwierp deze bezwaren.
Het hof bevestigde het vonnis van 22 december 2022 en legde de betalingsverplichting tot ontneming van het voordeel op. Mr. A.M.G. Smit was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering van €31.149 en verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk.