ECLI:NL:GHSHE:2024:3150
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel in hoger beroep
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd, waarbij een betalingsverplichting van €31.149 is opgelegd aan de verdachte wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdachte was in hoger beroep gegaan tegen deze maatregel.
De verdediging voerde onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat een medeverdachte een transactievoorstel kreeg terwijl tegen de verdachte en andere medeverdachten wel werd vervolgd en ontnemingsmaatregelen werden getroffen. Het hof oordeelde echter dat het opportuniteitsbeginsel de officier van justitie de ruimte geeft om te beslissen over vervolging en dat er geen sprake was van gelijke gevallen, mede door verschillen in rollen en feiten.
Daarnaast stelde de verdediging dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was, met name dat transportkosten niet waren meegenomen. Het hof verwierp dit en sloot zich aan bij de berekening van de rechtbank. Ook het verweer dat de verdachte geen persoonlijk voordeel had genoten werd verworpen.
Het hof concludeerde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is en bevestigde het vonnis van de rechtbank zonder wijziging. De betalingsverplichting blijft gehandhaafd op het bedrag van €31.149.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsmaatregel en de betalingsverplichting van €31.149 aan de Staat.