Partijen waren gehuwd en hebben samen twee minderjarige kinderen. Sinds november 2019 heeft de vader geen fysiek contact meer gehad met de kinderen en speelt hij geen actieve rol in hun opvoeding. De rechtbank wijzigde het gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag voor de moeder, wat de vader betwistte in hoger beroep.
De vader stelde dat hij betrokken wil blijven en dat hij toestemming gaf voor bepaalde zaken, maar de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de vader zich al jaren afzijdig houdt, niet reageert op contactpogingen en niet verschijnt bij mentorgesprekken. Het hof constateerde dat de vader niet langer in staat is om samen met de moeder verantwoordelijke beslissingen te nemen over de kinderen.
Gezien het belang van de kinderen en het feit dat de moeder feitelijk al jaren alleen de zorg en opvoeding draagt, acht het hof het noodzakelijk het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd tussen partijen.