De rechtbank Limburg stelde op 7 maart 2023 beschermingsbewind in over de goederen van de rechthebbende vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand, met name haar drugsverslaving en de daaruit voortvloeiende financiële problemen.
De rechthebbende verzocht op 7 juli 2023 om opheffing van het bewind, stellende dat zij haar verslaving onder controle heeft en haar leven weer op orde is, ondanks een terugval na een brand in haar woning. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de rechthebbende in hoger beroep ging.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep was de rechthebbende niet aanwezig en leverde zij geen concrete stukken aan ter onderbouwing van haar stellingen. Het hof constateert dat er geen recente informatie is over haar verslavingsproblematiek, woon- en financiële situatie, en dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzaak voor het bewind is vervallen.
Het hof concludeert dat de situatie van de rechthebbende sinds de instelling van het bewind onvoldoende is gewijzigd en dat zij nog steeds niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen volledig te behartigen. De afwijzing van het verzoek tot opheffing wordt daarom bekrachtigd.