Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
[de vader] ,
[de pleegvader] en [de pleegmoeder] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant die haar ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter heeft beëindigd. De minderjarige is geboren terwijl de moeder in detentie verbleef en is direct na de geboorte uithuisgeplaatst in een perspectiefbiedend pleeggezin waar zij zich positief ontwikkelt.
De moeder is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden en een TBS-maatregel vanwege meerdere pogingen tot doodslag op haar andere kind. Het NIFP heeft vastgesteld dat de moeder ernstige persoonlijkheidsproblematiek en een hoog recidiverisico heeft, waardoor zij niet in staat is om voor haar dochter te zorgen. De moeder heeft weinig vooruitgang getoond in het contact met haar dochter en kan geen verantwoorde beslissingen nemen over haar verzorging en opvoeding.
Het hof overweegt dat de belangen van de minderjarige voorop staan en dat het stabiele pleeggezin het beste perspectief biedt. De aanvaardbare termijn voor terugplaatsing bij de moeder is verstreken, mede vanwege de langdurige detentie en behandeling van de moeder. Daarom wordt het besluit tot beëindiging van het gezag bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige.