Partijen zijn sinds 30 december 1980 gehuwd en wonen in Nederland. De rechtbank Limburg sprak op 12 februari 2024 de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk en beval een notariële verdeling van de gezamenlijke goederen.
De vrouw kwam in hoger beroep omdat zij van mening is dat het huwelijk nog te redden valt en zij bezwaar maakt tegen de echtscheiding vanwege een lopende alimentatieprocedure in Marokko en financiële belangen. De man verzocht om bekrachtiging van de echtscheiding en stelde dat het huwelijk niet meer te herstellen is.
Het hof oordeelt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, gelet op het feit dat partijen sinds april 2024 feitelijk gescheiden leven en geen contact meer hebben. De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd voor haar bewering dat zij door de echtscheiding rechten in Marokko verliest en heeft nagelaten om in Nederland partneralimentatie te verzoeken.
Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en worden de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.