Partijen zijn de ouders van een minderjarige en hebben een relatie gehad die in 2020 eindigde. De vrouw is hertrouwd en onderhoudsplichtig voor meerdere kinderen uit verschillende relaties binnen het samengestelde gezin. De man is onderhoudsplichtig voor hun gezamenlijke kind.
De rechtbank had de bijdrage van de vrouw aan de man vastgesteld op €149 per maand, maar het hof vernietigt deze beschikking en herrekent de draagkracht van alle betrokkenen, rekening houdend met gewijzigde inkomens en gezinssituaties. De man is recent gestart met een nieuw garagebedrijf en heeft in 2023 een verlies geleden, waardoor zijn draagkracht voor 2023 op het minimum wordt gesteld.
De vrouw ontving tot november 2023 een WW-uitkering en werkt daarna fulltime, waarbij het hof haar daadwerkelijke inkomen en kosten voor kinderopvang niet als draagkrachtverlagend meeneemt. De draagkracht van de nieuwe partner van de vrouw is eveneens beoordeeld, waarbij het hof uitgaat van het oude inkomen tot april 2024 vanwege onvoldoende bewijs van herstel van inkomensverlies.
De draagkracht van de vrouw wordt verdeeld over de kosten van verzorging en opvoeding van beide minderjarige kinderen naar rato van de ideale aandelen. De vrouw moet vanaf 1 januari 2023 tot 1 november 2023 €178 per maand betalen, van 1 november 2023 tot 1 januari 2024 €512 per maand, en vanaf 1 januari 2024 €366 per maand aan de man. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.