Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Van der Meulen namens [appellante] ;
- mevrouw [de bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder, en
- mevrouw [medewerker] namens [de beschermingsbewindvoerder] , hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder.
- [appellante] zelf is niet verschenen.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsanering, gehouden op 27 augustus 2024;
- de brief van 30 september 2024 met bijlagen (onder meer de verslagen) van de bewindvoerder (zie hierna onder 3.4.), ingekomen ter griffie van dit hof op 1 oktober 2024 en
- de producties 1 t/m 17 ingediend namens [appellante] , ingekomen ter griffie van dit hof op 11 oktober 2024.