De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor het meermaals plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige kleinkind, dat aan zijn zorg was toevertrouwd, en voor het bezit, verspreiden en verwerven van grote hoeveelheden kinder- en dierenpornografisch materiaal. De feiten vonden plaats over een periode van bijna twee jaren en betroffen ook het aanzetten door een medeverdachte via Skype.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en ambulante behandeling. Het hof heeft dit vonnis bevestigd, maar de straf niet verhoogd tot de door het Openbaar Ministerie gevorderde 48 maanden. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden passend, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn volledige bekentenis, en het recidiverisico.
Daarnaast bevestigde het hof de gedeeltelijke toewijzing van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen, waarbij de betalingen van de medeverdachte niet in mindering worden gebracht op de hoofdelijke aansprakelijkheid van de verdachte. De schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het onherroepelijk worden van het arrest. Proceskostenveroordelingen werden deels toegewezen.
De verdachte volgt een behandeling en toont motivatie om recidive te voorkomen. Het hof legt bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke deel van de straf en oordeelt dat een langere onvoorwaardelijke straf niet geboden is vanwege het behoud van huisvesting en de leeftijd van de verdachte.