Uitspraak
GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2010 en zijn sinds november 2011 gescheiden. De man was eerder verplicht kinderalimentatie te betalen, welke in 2013 op nul werd gesteld en in 2021 werd gewijzigd naar €184 per maand. De man is sinds mei 2022 volledig arbeidsongeschikt verklaard door het UWV, wat een relevante wijziging van omstandigheden vormt.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de verlaging van de alimentatie naar €77 per maand per 1 januari 2023. Het hof beoordeelde het verzoek inhoudelijk vanwege het ontbreken van de vrouw in eerste aanleg. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van zijn uitkering van €2.631 bruto per maand, terwijl de draagkracht van de vrouw werd berekend op basis van haar jaarinkomen 2023.
De gezamenlijke draagkracht van partijen overstijgt de behoefte van het kind (€297). Het hof berekent de bijdrage van de man naar rato van zijn draagkracht en bepaalt deze op €77 per maand, gelijk aan het verzoek in eerste aanleg. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de alimentatie wordt met ingang van 21 november 2024 gewijzigd.
Uitkomst: De man moet vanaf 21 november 2024 €77 per maand kinderalimentatie betalen wegens volledige arbeidsongeschiktheid.