Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
niet toe aan de rechthebbende maar aan de bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder van verzoekster is overleden en haar nalatenschap staat onder bewind. De rechtbank Limburg verleende aan de bewindvoerder een machtiging om de nalatenschap namens verzoekster af te wikkelen. Verzoekster is het hier niet mee eens en kwam in hoger beroep, stellende dat zij zelf de nalatenschap wil afwikkelen en dat de bewindvoerder onnodige kosten maakt.
Het hof heeft vastgesteld dat de bewindvoerder sinds oktober 2022 heeft geprobeerd de nalatenschap in overleg met verzoekster af te wikkelen, maar dat verzoekster om persoonlijke redenen niet de noodzakelijke stappen heeft gezet. De bewindvoerder heeft daarom beneficiair aanvaard en een machtiging gevraagd om de nalatenschap af te wikkelen om verdere vertraging en kosten te voorkomen.
Het hof overweegt dat de afwikkeling van de nalatenschap een beschikkingshandeling betreft die onder de bevoegdheid van de bewindvoerder valt, tenzij de kantonrechter anders beslist. Gezien de langdurige stilstand en het belang van een tijdige afwikkeling acht het hof de machtiging terecht verleend en bekrachtigt het de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging aan de bewindvoerder om de nalatenschap namens verzoekster af te wikkelen.