De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld voor het niet naleven van de verplichtingen uit artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, door zijn kind ten onrechte ziek te melden. Het hof bevestigt dit vonnis na hoger beroep, met een verbeterde lezing van de tenlastelegging en het bewezenverklaarde.
De verdediging voerde aan dat het ziekteverzuimbeleid van de school niet was gevolgd en dat de moeder van het kind de leerplichtconsulenten niet goed begreep, wat zou leiden tot onvoldoende bewijs. Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat het dossier geen aanwijzingen bevatte voor de stellingen van de verdediging en achtte de verklaring van ziekteverzuim ongeloofwaardig.
Het hof benadrukte het maatschappelijke belang van de handhaving van de Leerplichtwet 1969 en nam bij de strafoplegging de aard van het feit, de omstandigheden, en de persoon van de verdachte in aanmerking. De opgelegde straf bestaat uit een geheel voorwaardelijke hechtenis van een week met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van €600,-, te vervangen door 12 dagen hechtenis bij niet-betaling.