De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor opzettelijk en wederrechtelijk vernielen en beschadigen van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof heeft het dossier bestudeerd en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het ontbreken van grieven.
Het hof concludeerde dat de verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend, noch mondelinge bezwaren heeft opgegeven tijdens de terechtzitting, noch via een gemachtigde advocaat. Hierdoor is het hoger beroep niet ontvankelijk en wordt de zaak niet inhoudelijk onderzocht.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 30 juli 2024. De voorzitter was mr. drs. M.C.C. van de Schepop, met raadsheren mr. J. Platschorre en mr. N.I.B.M. Buljevic. De voorzitter was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.