Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
43 (drieënveertig) maanden.
Bewijsmiddelenbijlage
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 mei 2017 (pg. 9-11), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :
(het hof: [slachtoffer 3]), om 06.00 uur begonnen.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 mei 2017 (pg. 14-15), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
3. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 mei 2017 (pg. 16-18), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :
het hof: wij) nog vijf minuten moesten blijven zitten. Hij zei ook dat zij alleen maar hun werk deden. Zij gingen weg uit het halletje waar wij zaten. Zij gingen weg en kwamen in het winkelgedeelte uit. Na ongeveer 10 seconden kwam de “vriendelijke” dader terug en wilde naar binnen. Dat lukte niet. Hij heeft toen de deur ingetrapt. Hij vertelde dat wij stil moesten zijn en hij zwaaide met een pistool in onze richting. Hij trapte toen nog de deur in waar de bedrijfsleider en ook de zwangere vrouw zaten. Hij riep toen: “En niemand belt de politie!!” Toen liep hij terug naar de eerste ingetrapte deur. Daar vroeg hij aan de “nerveuze” dader: “Kunnen we, kunnen we?” Toen ging hij weg. Ik denk dat wij toen een minuut of drie gewacht hebben. We zeiden ook tegen elkaar om voor de zekerheid even te wachten. Daarna zijn we via de nooduitgang naar buiten gegaan. Toen werd de politie gebeld.
4. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 mei 2017 (pg. 55-58), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 3] :
het hof: 11 mei 2017) samen met [slachtoffer 1] (
het hof: [slachtoffer 1]) als eerste op dienst. Dat was omstreeks 6:00 uur. Omstreeks 7:50 uur was ik in de bakkerij aan het werk. Ik hoorde een kommetje kapot op de grond vallen. Op dat moment zag ik tegenover het schap een van de overvallers. Ik zag dat de overvaller een collega, [slachtoffer 4] (
het hof: [slachtoffer 4]), van mij bij zich had. Ik zag dat de overvaller zijn linkerhand op de rechterschouder van mijn collega had. De overvaller was erg rustig. Hij zei dat ik naar hem toe moest komen. Hij pakte mij losjes bij mijn bovenarmen vast. Wij moesten toen naar het magazijn toe lopen. Om vanuit de bakkerij in het magazijn te komen moet er door de winkel gelopen worden. In het magazijn zag ik de tweede overvaller. De tweede overvaller was een druktemaker en een ‘haantje’. Ik zag dat hij een pistool in zijn rechterhand vast had. Ik zag dat de vrachtwagenchauffeur en [slachtoffer 6] op de grond lagen. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en ik moesten toen ook op de grond gaan liggen. Ik vroeg of ik op mijn zij mocht liggen, omdat ik zwanger was. Van de rustige overvaller mocht ik dat.
(het hof begrijpt: typisch)Belgische woorden.
5. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 mei 2017 (pg. 59-61), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 4] :
het hof: [slachtoffer 3]) de brood afdeling doen. Ik denk dat na een half uurtje, dus rond 07:30 uur, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] (
het hof: [slachtoffer 1]) in de kantine zaten voor een pauze. [slachtoffer 6] (
het hof: [slachtoffer 6]) was ook aangekomen en [slachtoffer 1] liet haar binnen bij de voordeur. [slachtoffer 1] ging daarna het magazijn binnen. Enige tijd later hoorde ik iets op de grond vallen vanuit het magazijn en hoorde geschreeuw: “op de grond, liggen, op de grond”.
het hof: [slachtoffer 5]). [slachtoffer 5] is naar het kantoor gelopen. Ik moest heel de tijd huilen. Er zit een soort tijdklok op de kluis want de kluis ging niet open en ik hoorde de mannen zeggen dat het nog 5 minuten was, daarna dat het nog 2,5 minuut was en later nog dat het nog 30 seconden was. Terwijl ze in dat kantoor bezig waren kwam nr. 2 het kantoor nog uitgelopen. Hij zei “ik haat het als mensen wenen”. Nr. 2 ging weer terug het kantoor binnen en enige tijd later kwam nr. 1 het kantoor uit met een doorzichtige tas. Ik denk dat hij het kassageld daarin had gedaan want ik zag alleen maar briefjes van 5 en 10 euro in die tas zitten. Nr. 1 liep door de personeelsdeur terug de winkel binnen. Nr. 2 kwam het kantoor uit met een [naam supermarkt] tas in zijn hand en liep achter nr. 1 aan de winkel binnen. Nr. 2 zei toen iets van “hasta la viesta, adios” en de deur viel dicht. Ik hoorde toen geschreeuw in de winkel en daarna het piepen van het intoetsen van de code van de deur. Er werd toen tegen de deur getrapt en nr. 2 stond in de deur opening en richtte zijn vuurwapen op ons. Hij zei “ik heb ze onder schot”. Nr. 1 die riep iets waarna vrij snel de deur weer dicht ging.
6. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 mei 2017 (pg. 62-65), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 5] :
het hof: [slachtoffer 4]), [slachtoffer 1] (
het hof: [slachtoffer 1]), [slachtoffer 6] (
het hof: [slachtoffer 6]) en [slachtoffer 3] (
het hof: [slachtoffer 3]).
7. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 11 mei 2017 (pg. 66-69), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 6] :
het hof: [slachtoffer 1] )die toen ook in het magazijn was. Ik zag toen dat er een man een duw tegen de schouder van [slachtoffer 1] gaf. Ik zag toen dat er nog een man bij was. Eén van de twee mannen had een zwarte bivakmuts op. Ik weet niet meer welke van de twee dit was. Ik zag dat [slachtoffer 1] een behoorlijk stuk naar achteren vloog door de duw tegen zijn schouder. Ik hoorde toen iemand zeggen: “Dit is een overval.” Ik hoorde dat dit gewoon in het Nederlands werd gezegd, maar wel met een Vlaams accent. Toen kwamen de twee mannen naar mij en mijn andere collega’s toe. Ik hoorde dat ze zeiden dat we op onze buik moesten gaan liggen. Ik zag dat de mannen ons vastpakten bij onze armen. Toen ik ging liggen had ik mijn ogen nog open. Een van de daders keek mij aan en zei toen: “niet kijken, niet kijken.” hierop deed ik mijn ogen dicht. Ik weet voor de rest niet meer precies wat er is gezegd, maar ik weet nog wel dat het over geld ging. Toen we moesten gaan liggen kregen we tie-wraps over onze polsen heen. Een van de twee mannen deed toen de deur van het magazijn dicht. We moesten toen gaan staan. We zijn toen door de
het hof: [slachtoffer 5]) er ook was. Een van de twee daders is met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] mee het kantoor in gegaan. Een van de daders bleef in het kantoor met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] . De ander bleef het grootste gedeelte van de tijd bij ons, maar ging toch ook af en toe kijken bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] . Ik weet nog dat de dader die bij ons stond een vuurwapen in zijn hand had. De andere dader had ook een wapen bij zich. Ik hoorde dat ze in het kantoor met geld bezig waren. Dit hoorde ik omdat ik het geluid van de kassalades hoorde. Ik hoorde ze nog praten over paarse rolletjes. Ik heb al die tijd naar beneden gekeken, omdat ze tegen mij hadden gezegd dat ik niet mocht kijken. Toen gingen de daders weg, maar kwamen kort hierna even terug. Daarop gingen ze echt weg en heb ik ze niet meer gezien of gehoord. Ik hoorde dat beide daders met een Belgisch (Vlaams) accent spraken.