Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Breda van 11 januari 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.
De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, en een hogere schadevergoeding voor de benadeelde partij. De verdediging bepleitte primair vrijspraak voor het eerste feit en voerde subsidiair een strafmaatverweer.
Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, verbeterde de kopregel van een bewijsmiddel en veroordeelde verdachte tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden zoals contact- en locatieverbod en reclasseringstoezicht. De schadevergoeding werd deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.
De benadeelde partij kreeg een vergoeding van €500,- met wettelijke rente toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. Het arrest werd uitgesproken op 26 november 2024.