Partijen zijn sinds 1994 gehuwd en gescheiden in 2017, waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw moest betalen. De man verloor zijn baan in 2020 en verzocht de alimentatie te wijzigen naar nihil of af te bouwen. De rechtbank stelde de alimentatie bij, maar het hof vernietigde deze beschikking en wijzigde de alimentatie opnieuw.
Het hof oordeelde dat de man zich onvoldoende heeft ingespannen om zijn inkomensverlies te beperken, maar gezien zijn leeftijd, psychische problemen en ondernemingspogingen, is het redelijk om uit te gaan van een fictief inkomen van €51.000 per jaar. De aanvullende behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.176 netto per maand.
Het hof bepaalde dat de man tot 1 januari 2025 moet voorzien in deze behoefte, onder meer door het aanspreken van de overwaarde van zijn woning. De alimentatie wordt stapsgewijs geïndexeerd en vanaf 1 januari 2025 op nihil gesteld. Verzoeken tot limitering of afbouw binnen vijf jaar werden afgewezen of ingetrokken. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.