Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 4 juni 2024;
- de akte na tussenarrest van [appellant] met producties;
- de antwoordakte na tussenarrest van [geïntimeerde] .
9.De verdere beoordeling
Ik stel daarom voor dat u mij een overzicht van de door u geconstateerde zaken doet toekomen waarna ik zsm mijn verweer hierop schriftelijk aan u doe toekomen. (…)”. [de deskundige] heeft dat niet gedaan. [de deskundige] heeft een rapport opgemaakt op 30 november 2018. [de deskundige] heeft dat rapport niet naar [geïntimeerde] gestuurd en [appellant] heeft dat toen ook niet gedaan. [appellant] heeft (kennelijk) in oktober of november 2018 [het aannemersbedrijf] ingeschakeld om de verbouwing af te maken en gebreken te herstellen, maar ook daarvan is [geïntimeerde] toen niet op de hoogte gesteld. [het aannemersbedrijf] heeft op 28 december 2018 een rapport (voorzien van een calculatie) opgesteld als aanvulling op het rapport van [de deskundige] . Ook dat rapport is toen niet aan [geïntimeerde] gestuurd. Er is geen goede reden waarom dat niet is gebeurd. [appellant] werd al enige tijd bijgestaan door zijn rechtsbijstandsverzekeraar.
“Uit onze berekening blijkt dat je nu voor € 6.711,27 aan meerwerk hebt opgeleverd.”. Volgens [appellant] kan hij niet aan de inhoud van die brief worden gehouden, onder andere omdat later is gebleken dat dit niet juist is en omdat de context waarin die brief is gestuurd, in de beoordeling moet worden betrokken.
‘akkoord’bij de diverse posten, ertoe heeft geleid dat partijen wilsovereenstemming hebben bereikt. Voor zover [appellant] in zijn toelichting op de grief heeft bedoeld dat zijn wil toch niet was gericht op overeenstemming, baat hem dat niet, omdat het (ook) erom gaat of [geïntimeerde] op die mededeling kon en mocht vertrouwen. Gelet op de duidelijke bewoording valt niet in te zien waarom [geïntimeerde] daar niet op mocht vertrouwen.
Stelposten zijn in de overeenkomst genoemde bedragen die in de aanneemsom zijn begrepen(…)”. Los daarvan staat tussen partijen vast dat de overeengekomen aanneemsom € 60.722,96 was (zie 6.2.2). Uit artikel 11 lid 10 Covo Pro volgt dat de vergoeding een percentage bedraagt van de overeengekomen aanneemsom. Uit de voorwaarden blijkt niet dat stelposten daarop in mindering kunnen of moeten worden gebracht. De rechtbank had dus € 9.108,45 moeten toewijzen.
9.6.3genoemde doel. [geïntimeerde] mag daarop reageren met een antwoordakte.
10.De uitspraak
14 januari 2025voor een door [appellant] te nemen akte met het in 9.6.3 genoemde doel (of in plaats daarvan voor een gezamenlijk verzoek om een mondelinge behandeling, zie 9.11.4), waarna [geïntimeerde] in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen;