Uitspraak
GERECHTSHOF ‘S-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/416886 / KG ZA 23-602)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven met producties 1 t/m 3;
- de memorie van antwoord met één productie B;
- de akte van hervatting van de zaak van de vrouw.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- primair: de vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding, daaronder begrepen het salaris van de advocaat van de man;
- subsidiair: de contactregeling te wijzigen in die zin dat de vrouw [het kind] op woensdag na zwemles (11.15 uur) naar de man brengt en de man [het kind] weer terugbrengt bij de vrouw, waarbij de man om 15.15 uur vanuit zijn woning vertrekt. Het contact tussen de man en [het kind] op zaterdag blijft ongewijzigd en conform het vonnis van de voorzieningenrechter van 31 januari 2023, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250,- met een maximum van € 7.500,-.