ECLI:NL:GHSHE:2024:386
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsanering wegens onvoldoende aannemelijkheid nakoming verplichtingen
Appellante verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij haar verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen. De rechtbank baseerde dit onder meer op transacties waarbij zij aandelen en vorderingen op een vennootschap overdroeg zonder vergoeding, wat niet strookte met een saneringsgezinde houding.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de waarde van de aandelen en vorderingen nihil was en dat zij geen benadelende handelingen had verricht. Zij stelde ook dat zij sinds 2016 geen bemoeienis meer had met de vennootschap en dat zij een gedragsverandering had doorgemaakt, waardoor het beroep op de hardheidsclausule moest slagen.
Het hof oordeelde echter dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Zij had haar dienstverband opgezegd om loonbeslag te ontlopen en was jarenlang bestuurder zonder verantwoordelijkheid te nemen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat niet was voldaan aan de vereisten.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsanering af, omdat toewijzing op dit moment prematuur is.
Uitkomst: Het verzoek van appellante tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.