ECLI:NL:GHSHE:2024:387
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omzettingsverzoek faillissement naar wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming verplichtingen
Appellant is op 28 maart 2023 failliet verklaard en verzocht op 20 oktober 2023 om omzetting van het faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden, met name de CJIB-boetes voor verkeersovertredingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro wilde toepassen en dat zijn verblijf en werk in Oostenrijk geen belemmering vormden. Hij gaf aan dat de boetes het gevolg waren van onopzettelijke snelheidsovertredingen en dat hij sinds kort vier dagen per week werkt bij een skilift, ondanks rugproblemen.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was, ondanks het verblijf van appellant in Oostenrijk, maar dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden. De verkeersboetes waren binnen drie jaar ontstaan en betroffen herhaalde overtredingen. Tevens was onvoldoende aannemelijk dat appellant de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen, mede vanwege het seizoensgebonden werk en gebrek aan bewijs over arbeidsongeschiktheid.
Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af. Het hof moedigt appellant aan zijn situatie te verbeteren en sluit niet uit dat toelating in de toekomst mogelijk is.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omzetting van faillissement in een schuldsaneringsregeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.