Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- aan [belanghebbende 1] met ingang van twee weken na de datum van de door het hof te geven beschikking, dan wel met ingang van een datum die het hof juist acht, ontslag te verlenen als bewindvoerder;
- aan [belanghebbende 1] met ingang van twee weken na de datum van de door het hof te geven beschikking, dan wel met ingang van een datum die het hof juist acht, ontslag te verlenen als mentor van [verzoeker] ;
- [informant 1] en [informant 2] met ingang van twee weken na de datum van de door het hof te geven beschikking, dan wel met ingang van een datum die het hof juist acht, tot opvolgend bewindvoerders te benoemen;
- [informant 2] en [informant 2] met ingang van twee weken na de datum van de door het hof te geven beschikking, dan wel met ingang van een datum die het hof juist acht, tot opvolgend mentoren van [verzoeker] te benoemen;
- te bepalen dat [belanghebbende 1] , binnen twee maanden na de datum van de door het hof te geven beschikking eindrekening en verantwoording aflegt aan [verzoeker] en de opvolgend bewindvoerders en een – zo mogelijk door hen voor akkoord getekend exemplaar daarvan – aan het Bewindsbureau van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, overlegt.
- [verzoeker] , bijgestaan door mr. Bos;
- [belanghebbende 1] , bijgestaan door mr. Mattheussens;
- [belanghebbende 2] .
- het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van [verzoeker] op 11 september 2024;
- het V6-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van [verzoeker] op 2 oktober 2024.