De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar 9-jarige dochter, die sinds 2021 onder toezicht staat en sinds juli 2023 in een gezinshuis verblijft. De moeder stelt dat zij zelf voor haar dochter kan zorgen en dat zij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om dit te bewijzen. De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat er ernstige zorgen zijn over de emotionele beschikbaarheid, psychische gesteldheid en opvoedcapaciteiten van de moeder, mede door politie-inzet en bedreigingen.
De vader ondersteunt de GI en acht het beter voor het kind dat zij uithuisgeplaatst blijft. Het hof overweegt dat het kind kwetsbaar is, met een IQ van 70 en sociaal-emotionele achterstanden, en dat het gezinshuis haar de nodige structuur en rust biedt. Lopende onderzoeken door een instelling moeten duidelijkheid geven over de kindeigen problematiek en het beste perspectief voor haar opvoeding.
Gezien de ernstige zorgen over de thuissituatie bij de moeder, waaronder bedreigingen en onrust, en het belang van stabiliteit voor het kind, acht het hof de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk en bekrachtigt deze tot 15 april 2024. De moeder krijgt de gelegenheid aan zichzelf te werken en de onderzoeken af te wachten alvorens verdere stappen worden gezet.