ECLI:NL:GHSHE:2024:3955
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling minderjarige
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar negenjarige kind heeft verleend. De moeder betwist de uithuisplaatsing en voert aan dat de situatie bij haar voldoende is en dat de zorg in het pleeggezin tekortschiet. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege zorgen over de opvoedsituatie, gedragsproblemen en het ontbreken van samenwerking met de moeder.
Het hof heeft vastgesteld dat de wettelijke vereisten voor de machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De minderjarige is sinds augustus 2024 met spoed uit huis geplaatst en verblijft momenteel in een gezinshuis, waar zij opnieuw van school is moeten wisselen. Er zijn zorgen over mogelijke taalontwikkelingsstoornissen, hechtingsproblemen en loyaliteitsconflicten. De moeder heeft onvoldoende meegewerkt aan het opstellen van veiligheidsafspraken en het inzetten van hulpverlening.
Het hof benadrukt het belang van stabiliteit en rust voor de minderjarige en wijst het verzoek van de moeder om een kindgesprek af vanwege haar jonge leeftijd en de onrustige situatie. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep af, waarbij het belang van een constructieve samenwerking tussen moeder en GI wordt onderstreept om een veilige terugkeer van de minderjarige mogelijk te maken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.