ECLI:NL:GHSHE:2024:396
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens TBS met dwangverpleging
In deze zaak verzocht de verdachte om schorsing van zijn voorlopige hechtenis om de uitvoering van opgelegde onherroepelijke gevangenisstraffen mogelijk te maken. Het hof heeft dit verzoek behandeld tijdens de raadkamerzitting van 8 februari 2024, waarbij de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte zijn gehoord. Verdachte wenste niet op de vordering te worden gehoord.
Het hof overwoog dat sinds de invoering van de Wet tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (2021) de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van straffen bij de minister van Justitie en Veiligheid ligt, en dat AICE belast is met de executie. Bij schorsing van voorlopige hechtenis verandert de grondslag van detentie van de voorlopige zaak naar de executie van de onherroepelijke straf, wat gevolgen heeft voor verlof en strafonderbreking.
Gezien de opgelegde maatregel van TBS met dwangverpleging acht het hof het onverantwoord om de voorlopige hechtenis te schorsen voor de uitvoering van de gevangenisstraffen. Het hof wijst het verzoek daarom af, mede gelet op de mogelijke belangen van slachtoffers en nabestaanden.
De beschikking is op 8 februari 2024 gewezen door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarbij het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege de opgelegde maatregel van TBS met dwangverpleging.