Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014.
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Langenberg;
- de moeder, bijgestaan door mr. Doorakkers;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, als informant, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] .
- het V8-formulier met bijlagen (waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 15 mei 2024) van de advocaat van de vader van 9 juli 2024;
- het V6-formulier met bijlagen (producties 3 t/m 6) van de advocaat van de moeder van 13 november 2024.
3.De beoordeling
.
- gedurende één dag in de week of het weekend, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en weer bij hem ophaalt, waarvoor de vader haar een financiële bijdrage geeft;
- gedurende een extra bezoek en/of logeermoment, passend in de agenda van partijen.
onbegeleidcontact tussen de vader en [minderjarige] . In het verleden hebben er tussen de ouders in het kader van de onbegeleide omgang tussen [minderjarige] en de vader veel escalaties plaatsgevonden, waar [minderjarige] getuige van is geweest. In dit kader benadrukt het hof dat uit niets is gebleken dat de moeder het contact tussen de vader en [minderjarige] in de weg staat of nalaat daarvoor haar emotionele toestemming te geven. Het hof vindt daarvoor steun in het feit dat zij het contact tussen [minderjarige] en zijn oudere halfbroer, de zoon van de vader, stimuleert door met hen gezamenlijke activiteiten te ondernemen.