Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:4153

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 december 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
200.292.972_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 RvArt. 227 RvArt. 236 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting procedure na overlijden partij en onduidelijkheid rechtsopvolging in civiele zaak

In deze civiele hogerberoepsprocedure bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch is de appellant overleden tijdens het proces. De advocaat van de overleden partij heeft verzocht de procedure te schorsen en later te hervatten door de erfgenamen, die volgens een testament de rechtsopvolgers zouden zijn.

Het hof heeft onderzocht of de genoemde erfgenamen en executeurs daadwerkelijk bevoegd zijn om de procedure voort te zetten. Er is echter onvoldoende bewijs geleverd, zoals een notariële verklaring, om hun status als rechtsopvolgers aan te tonen. Ook is onduidelijkheid over de Nigeriaanse erfrechtelijke situatie en over lopende procedures van andere familieleden die het testament aanvechten.

Daarom oordeelt het hof dat de procedure niet kan worden voortgezet door de genoemde erfgenamen op dit moment. De procedure wordt daarom voortgezet op naam van de overleden partij zelf, conform artikel 227 Rv Pro. De zaak wordt op 4 februari 2025 voortgezet met een memorie na het eerder gewezen tussenarrest, waarna partijen hun standpunten kunnen aanvullen.

De uitspraak benadrukt dat bij onduidelijkheid over rechtsopvolging in een lopende procedure de oorspronkelijke partij als procespartij blijft gelden totdat rechtsopvolging duidelijk is vastgesteld. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De procedure wordt voortgezet op naam van de overleden partij vanwege onduidelijkheid over de rechtsopvolging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.292.972/01
arrest van 24 december 2024
in de zaak van
[appellant],
[woonplaats] , Nigeria,
appellant,
hierna genoemd: [appellant] ,
advocaat: mr. T. Bezmalinovic te Rotterdam,
tegen

1.[geïntimeerde sub 1] ,[woonplaats] ,

2.
[geïntimeerde sub 2],
[woonplaats] ,
geïntimeerden,
hierna genoemd: [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. A.G.W. van Kessel te Leeuwarden,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 november 2023, in het hoger beroep van de vonnissen van 27 maart 2019 en 23 december 2020, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen in de zaak met nummer C/03/249255/HA ZA 18-211 tussen [appellant] als eiser in verzet en [geïntimeerde sub 1] als gedaagde in verzet, en in de daarmee gevoegde zaak met nummer C/03/246861/HA ZA 18-109 tussen [geïntimeerde sub 2] als eiseres en [appellant] als gedaagde.

8.Het verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenarrest van 21 november 2023 waarbij ieder van partijen in de gelegenheid is gesteld een memorie te nemen teneinde zich uit te laten over de betekenis van het bij de rechtbank opgevraagde en aan partijen verstrekte IJI-rapport van 16 oktober 2020 voor de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is en voor de vorderingen van [geïntimeerden] ;
  • de memorie na tussenarrest van [geïntimeerden] ;
  • de akte ex art. 225 Rv Pro van de zijde van [appellant] ;
  • de antwoordakte ex art. 225 Rv Pro van [geïntimeerden] ;
  • de akte uitlaten voortprocederen van de zijde van [appellant] , met een productie;
  • de akte uitlaten voortprocederen van [geïntimeerden]
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

9. De verdere beoordeling

9.1.
Bij akte van 23 januari 2024 heeft mr. Bezmalinovic laten weten dat zijn cliënt, [appellant] ( [senior] ), op 28 december 2023 is overleden. Hij heeft gevraagd de procedure op de voet van artikel 225 Rv Pro voor drie maanden te schorsen teneinde te onderzoeken wie de erfgenamen van [senior] zijn en of de erfgenamen de procedure willen voortzetten. [geïntimeerden] hebben zich bij antwoordakte niet tegen de schorsing verzet.
9.2.
Bij akte van 30 april 2024 heeft mr. Bezmalinovic namens de erfgenamen aangezegd dat de procedure wordt hervat. Volgens mr. Bezmalinovic hebben, gelet op het testament van [senior] , thans als de opvolgend procespartij (appellanten) te gelden:
[persoon A] , de zoon van [senior] ( [junior] );
[persoon B] , de (laatste) echtgenote van [senior] (hierna: [persoon B] ),
beiden woonplaats hebbende te Singapore en in het testament als de enige twee begunstigden van de nalatenschap genoemd;
3. [begunstigde A] ,
4. [begunstigde B] ,
de twee in het testament als zodanig benoemde executeurs,
beiden wonende te [plaats A] , Nigeria;
5. ( (de nalatenschap van) [senior]
Deze personen wensen als rechtsopvolgers onder algemene titel van [senior] de procedure voort te zetten, met mr. Bezmalinovic als advocaat, en vragen een roldatum waarop zij de memorie na tussenarrest kunnen nemen (de eerstvolgende rolhandeling ten tijde van de schorsing).
De twee executeurs zijn als enige bevoegd om de nalatenschap te vertegenwoordigen en worden dan ook in die hoedanigheid als procespartij toegevoegd, aldus mr. Bezmalinovic.
Zekerheidshalve is ook [senior] nog als procespartij aangeduid voor het geval wordt geoordeeld dat de procedure formeel (mede) in zijn naam dient te worden voortgezet, aldus mr. Bezmalinovic.
Verder is in de akte aangevoerd dat een zoon van [senior] uit een eerder huwelijk, Simon, en de twee kinderen van een andere, overleden, zoon van [senior] uit dat huwelijk, Richard, van plan zijn het testament aan te vechten ten overstaan van de Nigeriaanse rechter. Maar naar de huidige stand van zaken hebben alleen [junior] en [persoon B] als enige erfgenamen te gelden, aldus mr. Bezmalinovic.
[geïntimeerden] hebben zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
9.3.
Doet zich een verandering voor in de formele procespartij hangende een instantie, dan voorziet artikel 225 Rv Pro erin dat een procedure kan worden geschorst, gevolgd door het voorzetten van de procedure door de rechtsopvolger.
In het geval de schorsing is ingetreden op de grond dat de oorspronkelijke partij is overleden en sprake is van meerdere erfgenamen, is het noodzakelijk dat alle erfgenamen gezamenlijk het initiatief nemen tot hervatting van het geding.
9.4.
Naar het oordeel van het hof is evenwel niet aangetoond door middel van (gelegaliseerde) bescheiden dat [junior] en [persoon B] daadwerkelijk de (enige) erfgenamen en daarmee de rechtsopvolgers van [senior] zijn. Dat blijkt alleen uit de als productie bij de akte van [appellant] van 30 april 2024 in het geding gebrachte verklaring van een Nigeriaanse solicitor), [persoon C] . Een notariële verklaring ten aanzien van het testament ontbreekt.
Naar Nederlands recht is een executeur privatief bevoegd om na het overlijden van de erflater rechtshandelingen te verrichten ten aanzien van de nalatenschap; is een executeur benoemd, dan kunnen de erfgenamen zelf geen beheershandelingen verrichten en dus ook niet zelf procederen. Onduidelijk is gebleven of en in hoeverre dat naar Nigeriaans recht - er al van uitgaande dat Nigeriaans erfrecht van toepassing is, daarover is niets gesteld - ook geldt voor [begunstigde A] ('Senior Advocate of Nigeria') en [begunstigde B] ('Company Secretary & General Counsel of [bedrijf A] ', kennelijk een vennootschap van [senior] ). Hun status als executeur is onduidelijk gebleken. Niet is daarom aangetoond dat [begunstigde A] en [begunstigde B] als procespartij - naast of met uitsluiting van [junior] en [persoon B] - kunnen of moeten worden aangemerkt.
Bovendien is niets concreets gesteld over de huidige stand van zaken over de procedure die de (klein)kinderen van [junior] uit een eerder huwelijk kennelijk in Nigeria hebben ingesteld ter nietigverklaring van het testament.
9.5.
Gelet op het hiervoor overwogene kan de procedure naar het oordeel van het hof niet worden hervat door de in akte genoemde vijf personen, althans niet op dit moment. Onvoldoende duidelijk is of die personen daadwerkelijk de rechtsopvolgers van [senior] zijn. Bepaald zal daarom worden dat de procedure op naam van [senior] wordt voortgezet. In geval van rechtsopvolging kan immers op naam van de oorspronkelijke procespartij worden doorgeprocedeerd tot het einde van de desbetreffende instantie. Ingevolge artikel 236 Rv Pro is de in die instantie gewezen uitspraak ook bindend voor rechtsopvolgers.
9.6.
Beslist wordt als volgt. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

10.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat de procedure op de voet van artikel 227 Rv Pro op naam van [senior] wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing;
verwijst de zaak naar de rol van 4 februari 2025 (ambtshalve peremptoir) voor memorie na tussenarrest van 21 november 2023 (zie overweging 6.8.4 van dat tussenarrest) aan de zijde van [senior] , waarna partijen vervolgens ieder een antwoordmemorie kunnen nemen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. van Rijkom, M. van Ham en N. Zekić en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 december 2024.
griffier rolraadsheer