Uitspraak
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1);
- medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (feit 2);
- medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (feit 3),
- de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde zal vrijspreken;
- het onder 1 en 3 tenlastegelegde bewezen zal verklaren;
- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 1.285,35;
- de teruggave aan de verdachte zal gelasten van het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag van € 1.285,35
hij op of omstreeks 21 juni 2017 te Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een loods aan [adres 2] ) ongeveer 46 kilogram cocaïne, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 21 juni 2017 te Helmond (in een aanhanger bij het pand aan [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II, te weten:
hij op of omstreeks 21 juni 2017 te Helmond (in een loods gelegen aan [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid/hoeveelheden munitie van categorie III, te weten:
hij op 21 juni 2017 te Helmond opzettelijk aanwezig heeft gehad in een loods aan [adres 2] , 46 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 21 juni 2017 te Helmond, in een aanhanger bij het pand aan [adres 2] , een wapen van categorie II, te weten:
hij omstreeks 21 juni 2017 te Helmond, in een loods gelegen aan [adres 2] , een hoeveelheid munitie van categorie III, te weten:
Het proces-verbaal van observatie d.d. 23 juni 2017, dossierpagina’s 99-100, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , M113, M128, M119 en M121:
(het hof begrijpt uit het dossier: medeverdachte [medeverdachte 1] )en kort haar had en de andere persoon droeg een wit shirt en had ook kort haar
(het hof begrijpt: de verdachte). Ik zag dat de heftruck bestuurd werd door de man met het witte shirt en dat de man met het grijs-groene shirt daarbij stond. Ik zag dat er enige tijd met de heftruck buiten voor de geopende roldeur van het pand [adres 2] op en neer gereden werd.
Het proces-verbaal doorzoeking loodsen [adres 2] en [adres 3] d.d. 26 juni 2017, dossierpagina's 128-133, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 2] :
(het hof begrijpt in samenhang met proces-verbaal nummer 2 van deze verbalisant op dossierpagina 126 dat deze doorzoeking plaatsvond op 21 juni 2017).
De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 22 juni 2017, PL2100-2017127746-6, dossierpagina's 309-310:
De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 29 juni 2017, PL2100-2017127746-7, dossierpagina 312:
De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 29 juni 2017, PL2100-2017127746-10, dossierpagina 314:
Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 3 juli 2017, PL2100-2017127746-75, dossierpagina's 140-141, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2017.08.07.110 (aanvraag 005) d.d. 6 februari 2018, opgesteld door rapporteur A.G.A. Sprong:
Het aanvullend proces-verbaal d.d. 16 juli 2018, PL2100-2017127746-75A, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2017, dossierpagina's 124-125, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 5] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2017, dossierpagina's 145-148, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 6] :
Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen (nr. 45) d.d. 31 augustus 2017, BVH-nummer 2017127746, documentcode 20170831.1130.60185, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
Deskundigenrapport betreffende forensisch handschriftonderzoek d.d. 16 februari 2018, opgemaakt door [deskundige 1] , gerechtelijk deskundige voor schriftonderzoek:
Rapport Vergelijkend handschriftonderzoek inzake notities op briefje aangetroffen in loods bij onderzoek naar harddrugs d.d. 10 februari 2020, uitgevoerd door drs. [deskundige 2] :
(het hof begrijpt: verdachte [verdachte] )overgeschreven lijstje (schrijfproef).
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juni 2017, dossierpagina's 168-169, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 5] :
15.De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 september 2017, dossierpagina 357:
Het proces-verbaal d.d. 28 juni 2017, dossierpagina's 174-177, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 7] :
17.De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 juni 2017, dossierpagina 354:
Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 24 juli 2017, dossierpagina's 149-152, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 8] :
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 juni 2017, dossierpagina's 72-79, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :
(het hof begrijpt: de loods aan [adres 2] )?
Het proces-verbaal van de in deze zaak gehouden terechtzitting in eerste aanleg beroep d.d. 25 februari 2022, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Het proces-verbaal van de in deze zaak gehouden terechtzitting in hoger beroep d.d. 11 november 2024, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
De eigen waarneming van het hof aan de hand van de foto's op dossierpagina's 162 en 170, in samenhang met de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen.
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 1.285,35.