Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 30 oktober 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een veroordeling wegens gewoontewitwassen. De verdachte werd primair beschuldigd van het witwassen van grote geldbedragen en meerdere voertuigen in de periode van februari 2012 tot mei 2014.
De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf, en een bedrag van €51.400,- verbeurd verklaard. Het hof vernietigde dit vonnis voor zover het aan zijn oordeel was onderworpen en verklaarde dat de verdachte het witwassen van een geldbedrag van €51.400,- en drie voertuigen wettig en overtuigend had begaan, met een gewoonte van het plegen van dit feit.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie onvoldoende had bewezen dat het geld uit misdrijf afkomstig was en dat de verdachte een concrete en verifieerbare verklaring over de herkomst had gegeven. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen onvoldoende waren onderbouwd en dat het niet anders kon zijn dan dat het geld en de voertuigen uit enig misdrijf afkomstig waren.
Het hof legde een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar, een taakstraf van 200 uur, en verklaarde het in beslag genomen bedrag van €51.400,- verbeurd. De redelijke termijn was in eerste aanleg en hoger beroep aanzienlijk overschreden, wat het hof meenam in de strafoplegging.
De verdachte werd vrijgesproken voor het witwassen met betrekking tot een motorfiets en het bijbehorende geldbedrag, wegens onvoldoende bewijs over de aankoop en betaling daarvan.