In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor mishandeling en diefstal. De politierechter had hem veroordeeld tot een taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, en gelastte tevens de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, terwijl de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleitte en subsidiair verzocht om rekening te houden met persoonlijke omstandigheden bij de strafoplegging. Daarnaast vroeg de raadsman om verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke straf en deed een voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige.
Het hof heeft het bewijs onderzocht en oordeelde dat de verklaring van de getuige betrouwbaar is, waardoor het verzoek tot het horen van deze getuige niet ontvankelijk is. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, met enkele verbeteringen in de bewijsvoering en aanvulling van de motivering. De opgelegde straffen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf blijven ongewijzigd.
Het arrest werd op 4 november 2024 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij één van de raadsheren niet heeft meeondertekend vanwege afwezigheid.