ECLI:NL:GHSHE:2024:549
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing schorsing voorlopige hechtenis wegens te late indiening
Op 16 februari 2024 werd verdachte aangehouden op verdenking van diefstal met geweld en direct in vrijheid gesteld onder schorsingsvoorwaarden. Op dezelfde dag werd verdachte opnieuw aangehouden wegens overtreding van de algemene schorsingsvoorwaarde.
Het Openbaar Ministerie diende op 20 februari 2024 een vordering in tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wegens vermeende schending van deze voorwaarden. Het hof overwoog dat volgens artikel 84 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering de vordering onverwijld, dat wil zeggen zo spoedig mogelijk na de aanhouding, had moeten worden ingediend, uiterlijk op maandag 19 februari in de ochtend.
Omdat de vordering niet tijdig was ingediend, oordeelde het hof dat sprake was van schending van artikel 84 lid 2 Sv Pro, hetgeen tot afwijzing van de vordering moest leiden. Het hof wees daarom de vordering van het Openbaar Ministerie af.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen wegens niet tijdige indiening.