Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:549

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 februari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
20-000349-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 84 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot opheffing schorsing voorlopige hechtenis wegens te late indiening

Op 16 februari 2024 werd verdachte aangehouden op verdenking van diefstal met geweld en direct in vrijheid gesteld onder schorsingsvoorwaarden. Op dezelfde dag werd verdachte opnieuw aangehouden wegens overtreding van de algemene schorsingsvoorwaarde.

Het Openbaar Ministerie diende op 20 februari 2024 een vordering in tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wegens vermeende schending van deze voorwaarden. Het hof overwoog dat volgens artikel 84 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering de vordering onverwijld, dat wil zeggen zo spoedig mogelijk na de aanhouding, had moeten worden ingediend, uiterlijk op maandag 19 februari in de ochtend.

Omdat de vordering niet tijdig was ingediend, oordeelde het hof dat sprake was van schending van artikel 84 lid 2 Sv Pro, hetgeen tot afwijzing van de vordering moest leiden. Het hof wees daarom de vordering van het Openbaar Ministerie af.

Uitkomst: De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen wegens niet tijdige indiening.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Parketnummer hof: [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal
d.d. 20 februari 2024 ingediend jegens:
naam
[achternaam]
voornamen
[voornamen]
geboren
[geboortedatum en plaats]
thans verblijvende in
[detentieplaats]
strekkende tot opheffing van de schorsing.
Het hof heeft gehoord in raadkamer van dit hof de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.H.A. Horsch.
Het hof heeft kennisgenomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat de advocaat-generaal een vordering heeft ingediend tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis aangezien de verdachte de algemene en bijzondere voorwaarden die aan deze schorsing zijn verbonden zou hebben overtreden.
Uit het dossier blijkt voorts dat de verdachte op vrijdag 16 februari 2024 is aangehouden op verdenking van het plegen van diefstal met geweld. Op diezelfde dag is verdachte in vrijheid gesteld en onmiddellijk daarna aangehouden wegens het overtreden van de algemene schorsingsvoorwaarde zich niet schuldig te maken aan een strafbaar feit.
Door het Openbaar Ministerie is eerst op dinsdag 20 februari 2024 een vordering ingediend tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wegens schending van de algemene en bijzondere voorwaarden. Gelet op het bepaalde in artikel 84 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering had naar het oordeel van het hof de vordering onverwijld, dat wil zeggen zo spoedig mogelijk, na de aanhouding van de verdachte ingediend moeten worden. Dat betekent naar het oordeel van het hof dat de vordering uiterlijk maandag in de loop van de ochtend had moeten worden ingediend. Nu dat niet gebeurd is, is er sprake van schending van artikel 84 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering en dat moet naar het oordeel van het hof leiden tot afwijzing van de vordering.
Het hof wijst af de vordering.

BESCHIKKENDE

Wijst af de vordering van de advocaat-generaal tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 22 februari 2024
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. A. Verhoeven, raadsheren,
in tegenwoordigheid van I.M. Jansen, griffier.
Fiat betekening en tenuitvoerlegging:
's-Hertogenbosch,
De advocaat-generaal,
Gezien d.d.
De directeur van