ECLI:NL:GHSHE:2024:57

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 januari 2024
Publicatiedatum
15 januari 2024
Zaaknummer
20-000992-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wetboek van StrafrechtArt. 14a Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding artikel 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994 met taakstraf en gevangenisstraf

Op 24 december 2021 heeft verdachte te Heerlen een overtreding begaan van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in Maastricht heeft op 6 april 2023 een vonnis gewezen, waartegen hoger beroep is ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet opnieuw recht. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van honderd uur, waarbij een gedeelte van de taakstraf kan worden vervangen door hechtenis indien niet naar behoren verricht. Tevens wordt een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk is.

Daarnaast beveelt het hof de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, opgelegd door het gerechtshof te ‘s-Gravenhage, voort te zetten. De strafrechtelijke beslissing is gebaseerd op diverse artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze op het moment van het bewezenverklaarde en het wijzen van het arrest van toepassing waren.

Het arrest is uitgesproken op 5 januari 2024 door de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één dag gevangenisstraf en honderd uur taakstraf wegens overtreding van artikel 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

Parketnummer: 20-000992-23

Uitspraak : 5 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 6 april 2023, in de strafzaak onder parketnummer 96-041467-22, alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 22-004125-19, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres].
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Gepleegd op 24 december 2021 te Heerlen.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 9 maart 2021, parketnummer 22-004125-19, te weten van:
ontzegging van de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F.C.J.E. Meeuwis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 januari 2024.