Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 10504040 \ CV EXPL 23-2031)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties 3 tot en met 7;
- de rolaantekeningen dat tegen de bewindvoerder verstek is verleend, dat later is gezuiverd;
- de memorie van antwoord met producties 1 tot en met 3.
3.De beoordeling
- a. Met ingang van 6 augustus 2019 is een huurovereenkomst tot stand gekomen tussen Mooiland als verhuurder en [onderbewindgestelde] als huurder, met betrekking tot de woning gelegen aan de [adres] . Bij de woning hoort een vrijstaande schuur.
- b. Met ingang van 15 oktober 2020 zijn de (toekomstige) goederen van [onderbewindgestelde] onder bewind gesteld met benoeming van [bewindvoerder] tot bewindvoerder.
- c. Op 13 december 2020 heeft de politie een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk aangetroffen in de auto van de (ex)partner van [onderbewindgestelde] , [persoon A] (hierna: [persoon A] ). Bij de doorzoeking in de woning van [onderbewindgestelde] is in de schuur eveneens een grote hoeveelheid zwaar en illegaal vuurwerk (hierna: het vuurwerk) aangetroffen. Daarvan is op 9 februari 2022 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. In dat proces-verbaal staat onder meer dat in de schuur in meerdere dozen in totaal 642 “Cobra’s 6” zijn aangetroffen en een illegale honderduizendklapper in een doos.
- d. Mooiland heeft zich op het standpunt gesteld dat [onderbewindgestelde] ernstig tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst, omdat de opslag van vuurwerk in de schuur bij de woning een ernstig gevaar vormt voor de woonomgeving. Op die grond heeft Mooiland in een bodemprocedure onder meer ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling van de bewindvoerder tot ontruiming van de woning gevorderd.
- e. In die bodemprocedure (zaaknummer 9940457 \ CV EXPL 22-2793) heeft de kantonrechter bij vonnis van 6 april 2023, kort gezegd, de huurovereenkomst tussen Mooiland en [onderbewindgestelde] ontbonden, de bewindvoerder veroordeeld om ervoor te zorgen dat [onderbewindgestelde] de woning ontruimt, en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- f. De bewindvoerder heeft bij dit hof hoger beroep ingesteld tegen het bodemvonnis van 6 april 2023.
- g. Bij exploot van 11 mei 2023 heeft Mooiland het bodemvonnis van 6 april 2023 laten betekenen. Daarbij is de ontruiming bevolen op een termijn van veertien dagen en is de daadwerkelijke ontruiming aangezegd tegen 1 juni 2023.
- h. Mooiland heeft de ontruiming uitgesteld in afwachting van de afloop van de onderhavige kortgedingprocedure.
- i. Het hoger beroep tegen het bodemvonnis is bij dit hof bekend onder zaaknummer 200.329.367/01. Op 13 februari 2023 heeft Mooilannd in dat hoger beroep een memorie van antwoord genomen. De zaak staat op de rol van heden voor beraad partijen.
- De bewindvoerder heeft een spoedeisend belang bij beoordeling van haar vorderingen in kort geding (rov. 4.1).
- De beslissing om het bodemvonnis van 6 april 2023 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren is in dat vonnis niet gemotiveerd. Daarom moet in dit kort geding worden afgewogen of het belang van de bewindvoerder, althans het belang van [onderbewindgestelde] , bij behoud van de bestaande toestand totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van Mooiland bij de tenuitvoerlegging van het vonnis (rov. 4.2 tot en met 4.4).
- [onderbewindgestelde] heeft er een groot belang bij om met haar kinderen in de woning te kunnen blijven wonen totdat op het hoger beroep tegen het bodemvonnis is beslist (rov. 4.5).
- Mooiland heeft een zwaarwegend belang bij het zo spoedig mogelijk tenuitvoerleggen van het bodemvonnis. Bij afweging van de over en weer bestaande belangen moeten de belangen van [onderbewindgestelde] en haar kinderen bij het voorlopig behoud van de woning echter zwaarder wegen dan het belang van Mooiland bij ontruiming van de woning op korte termijn (rov. 4.7).
- de tenuitvoerlegging van het bodemvonnis van 6 april 2023 geschorst voor zover het de veroordeling tot ontruiming betreft, totdat op het hoger beroep van dat vonnis is beslist;
- Mooiland in de proceskosten veroordeeld;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- primair: afwijzing van de vorderingen van de bewindvoerder;
- subsidiair: voor zover de vordering tot schorsing hangende het hoger beroep wordt toegewezen, althans bekrachtigd, nadrukkelijk te bepalen dat deze schorsing enkel geldt indien:
- a. geen nieuwe overtreding van het Vuurwerkbesluit, Wet Wapens en Munitie en/of de Opiumwet plaatsvindt door [onderbewindgestelde] of personen waarvoor [onderbewindgestelde] verantwoordelijk is in of op een afstand van 200 meter van het gehuurde;
- b. de (ex-)partner van [onderbewindgestelde] , zijnde [persoon A] , binnen een periode van 2 jaar gerekend vanaf de datum van betekening van de appeldagvaarding niet (opnieuw) wordt toegelaten en/of verblijft in het gehuurde;
- bij een ontruiming op korte termijn de gevolgen daarvan voor [onderbewindgestelde] en haar kinderen ingrijpend en praktisch onomkeerbaar zijn, zodat het hoger beroep daardoor veel van zijn belang zal verliezen;
- dat het belang van Mooiland bij ontruiming, erin bestaande dat een signaal wordt afgegeven dat het aanwezig hebben van veel zwaar vuurwerk in haar woningen niet wordt getolereerd, ook wordt gediend als de ontruiming op een later tijdstip plaatsvindt, als het hof de veroordeling tot ontruiming bekrachtigt;
- niet aannemelijk is dat er opnieuw zwaar vuurwerk in de woning of in de schuur van de woning zal worden geplaatst, aangezien [persoon A] , en niet [onderbewindgestelde] , het vuurwerk in de schuur heeft geplaatst, en zij [persoon A] de toegang tot de woning heeft ontzegd.
- Griffierechten € 343,--
- Salaris advocaat € 1.214,-- (1 punt x tarief II)
- Nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de
4.De uitspraak
- a. geen nieuwe overtreding van het Vuurwerkbesluit, Wet Wapens en Munitie en/of de Opiumwet plaatsvindt door [onderbewindgestelde] of personen waarvoor [onderbewindgestelde] verantwoordelijk is in of op een afstand van 200 meter van het gehuurde;
- b. de (ex-)partner van [onderbewindgestelde] , zijnde [persoon A] , binnen een periode van 2 jaar gerekend vanaf de datum van betekening van de appeldagvaarding niet (opnieuw) wordt toegelaten en/of verblijft in het gehuurde;