In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant. De betrokkene werd verdacht van verduistering en het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €50.213 en een betalingsverplichting opgelegd met een maximale gijzelingstermijn van 1004 dagen.
Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal gevolgd en het vonnis van de rechtbank bevestigd. De verdediging had betoogd dat het te ontnemen bedrag lager moest worden vastgesteld, maar dit werd door het hof verworpen. Het hof baseert het oordeel mede op een arrest in een gerelateerde strafzaak waarin werd vastgesteld dat sprake was van verduistering zonder toestemming van het slachtoffer.
Daarnaast heeft het hof enkele omissies in het vonnis van de rechtbank aangevuld, waaronder correcties in datums en verwijzingen in het procesdossier. Het hof overweegt dat het recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn niet is geschonden, aangezien het hoger beroep binnen twee jaar is afgerond.
De strafbare feiten betreffen verduistering gepleegd door een executeur van een nalatenschap in de periode 2014-2015 en het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte in 2017. Het arrest bevestigt de betalingsverplichting en de duur van de gijzeling zoals door de rechtbank vastgesteld.