Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:698

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
5 maart 2024
Zaaknummer
000103-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis ondanks 12-jaarsgrond en geschokte rechtsorde

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 29 februari 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die de voorlopige hechtenis van verdachte had bevolen. Verdachte, een 21-jarige man die voor het eerst met justitie in aanraking komt, wordt verdacht van medeplegen van een poging tot gekwalificeerde diefstal, een feit waarvoor een gevangenisstraf van 12 jaar of meer staat en dat de rechtsorde ernstig heeft geschokt.

Hoewel het hof erkent dat het delict ernstig is en de rechtsorde geschokt, heeft het geoordeeld dat er geen ernstig gevaar voor herhaling bestaat. De reclassering heeft de kans op herhaling gemotiveerd als laag ingeschat en het hof vond geen concrete feiten die dit tegenspreken. Hierdoor heeft het hof de herhalingsgrond geschrapt en het hoger beroep tegen de gevangenhouding afgewezen met verbetering van gronden.

Namens verdachte was verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof heeft dit verzoek toegewezen en de voorlopige hechtenis geschorst met ingang van 1 maart 2024, onder strikte voorwaarden. Deze beslissing is mede gebaseerd op de jonge leeftijd van verdachte, zijn stabiele woonomgeving en het afschrikwekkende effect van de detentie. Verdachte moet zich onder meer melden bij de reclassering, meewerken aan diagnostiek en behandeling, en geen contact zoeken met bepaalde personen.

De schorsing van de voorlopige hechtenis weerspiegelt het belang van het afwachten van de berechting in vrijheid, mits onder strikte voorwaarden die de veiligheid van de samenleving waarborgen.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst onder strikte voorwaarden met ingang van 1 maart 2024.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Raadkamerappelnummer: AVNR. 000103-24
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Limburg van [datum], waarbij namens:

[verdachte]

[geboortedatum en plaats]
[adres]
[detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg van
[datum], bij welke beschikking de gevangenhouding van [verdachte] werd bevolen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D.N. de Jonge.
Het hof heeft kennisgenomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten medeplegen van een poging tot gekwalificeerde diefstal.
Er zijn naar het oordeel van het hof voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. Het hof verwijst daartoe naar de bekennende verklaring van de verdachte welke verklaring naar het oordeel van het hof vooralsnog in voldoende mate steun vindt in de overige inhoud van het dossier.
Hetgeen verdachte wordt verweten is een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving 12 jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Het zou immers door de samenleving niet te begrijpen zijn en het zou door die samenleving ook niet worden geaccepteerd wanneer degene die zich waarschijnlijk aan een poging tot een overval op een woning schuldig heeft gemaakt niet onverwijld in voorarrest zou worden genomen en voorlopig gehouden.
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat er geen ernstig gevaar voor herhaling is. De reclassering schat de kans op herhaling gemotiveerd in als laag en het hof ziet overigens geen concrete feiten en omstandigheden op grond waarvan ernstig gevaar voor herhaling kan worden aangenomen. Het hof zal derhalve de herhalingsgrond schrappen.
Het hof wijst af het beroep met verbetering van gronden.
Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.
Het hof zal ondanks de 12-jaarsgrond en de geschokte rechtsorde het verzoek toewijzen en overweegt daartoe als volgt.
De verdachte is een nog jonge man van 21 jaar die thans voor de eerste keer met politie en justitie in aanraking komt. Het is dan ook de eerste keer dat verdachte gedetineerd is. Algemeen mag worden aangenomen dat van deze detentie een afschrikwekkend effect uitgaat. Feiten of omstandigheden die thans tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn niet gebleken.
Voorts stelt het hof vast dat verdachte thuis een stabiele woonomgeving heeft gelet op de brief van de ouders die aan het hof is overgelegd.
Het hof zal de voorlopige hechtenis schorsen en zal daaraan de nodige voorwaarden verbinden opdat de samenleving begrijpt dat in dit geval het de voorkeur verdient dat verdachte in vrijheid zijn berechting afwacht boven de voortzetting van de detentie.
Het hof wijst toe het verzoek en schorst de voorlopige hechtenis met ingang van
vrijdag
1 maart 2024 om 10.00 uur, onder de navolgende voorwaarden.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep, met verbetering van gronden zoals hiervoor in de overwegingen is opgenomen.
Wijst toe het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Beveelt dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst met ingang van
1 maart 2024 om 10.00 uur.
Stelt aan verdachte als voorwaarden aan de schorsing:
dat verdachte, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;
dat verdachte, ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf zou worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;
dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
dat verdachte gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis geen strafbare feiten zal plegen;
dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie;
dat verdachte zich onder toezicht zal stellen van de reclassering en zich zal houden aan de door die instelling te geven aanwijzingen;
dat verdachte zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de schorsing (telefonisch) meldt bij Reclassering Nederland [adres], telefoonnummer: [nummer]. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
dat verdachte meewerkt aan verdiepingsdiagnostiek en indien geïndiceerd hij meewerkt aan een intake en de mogelijk daaruit volgende behandeling door de forensische GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
dat verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met de volgende personen:
- [persoon] en
- [persoon].
Aldus gedaan op 29 februari 2024
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. T. van de Woestijne en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van I.M. Jansen, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 29 februari 2024
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]