Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018 (hierna: [minderjarige 1]), en
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2022 (hierna: [minderjarige 2]).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen die sinds april 2023 in een gezinshuis verblijven. De moeder voert aan dat de situatie bij haar is verbeterd en dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing niet langer aanwezig zijn. Zij stelt dat de kinderen veilig bij haar zijn en dat de uithuisplaatsing een te ingrijpend middel is.
De gecertificeerde instelling (GI) betwist dit en wijst op de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen en de wisselende samenwerking van de moeder met de hulpverlening. De GI benadrukt dat de ouders onvoldoende betrokken zijn bij afspraken en dat de veiligheid van de kinderen nog niet gegarandeerd kan worden in de thuissituatie.
Het hof overweegt dat ondanks de positieve ontwikkelingen bij de moeder en de uitbreiding van het omgangstraject, de doelen voor een veilige en stabiele opvoedsituatie nog niet zijn bereikt. De uithuisplaatsing blijft noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen in het belang van hun verzorging en opvoeding.