Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Hoelbeek;
- mr. Van Riet.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De rechthebbende, verblijvend in een penitentiaire inrichting, wilde de GGZ-instelling aansprakelijk stellen voor schade geleden door nalatigheid voorafgaand aan een brandstichting. De bewindvoerder weigerde toestemming voor het starten van een gerechtelijke procedure, waarop de rechthebbende een machtiging tot procederen bij de kantonrechter verzocht. De kantonrechter verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat procederen volgens artikel 1:438 lid 1 BW Pro onder het beheer valt en geen beschikkingshandeling is.
De rechthebbende ging in hoger beroep en stelde dat procederen een beschikkingshandeling is, zodat zij met machtiging van de kantonrechter mocht procederen ondanks de weigering van de bewindvoerder. Tevens voerde zij aan dat het weigeren van toestemming een schending van haar grondrechten zou zijn. De voormalig bewindvoerder betwistte het belang van de rechthebbende in hoger beroep en stelde dat het verzoek geen wettelijke grondslag heeft.
Het hof overwoog dat de huidige bewindvoerder sinds juni 2023 belanghebbende is en dat de voormalig bewindvoerder, ondanks ontslag, als belanghebbende in de procedure werd betrokken. Het hof bevestigde dat procederen over een schadevergoeding een beheershandeling is conform artikel 1:438 lid 1 BW Pro en artikel 3:171 BW Pro, en geen beschikkingshandeling. De rechthebbende heeft daardoor geen recht op vervangende machtiging bij de kantonrechter. De verwijzingen naar artikelen 1:441 en 1:443 BW en het EVRM werden verworpen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat procederen over schadevergoeding onder beheer valt en wijst het verzoek om vervangende machtiging af.