Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.de vennootschap naar Belgisch recht [BVBA] BVBA,
[B.V. 1] Holding B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Partijen hebben op 7 oktober 2021 een schriftelijke koopovereenkomst getekend (..)
Koper is haar verplichtingen ingevolge deze koopovereenkomst niet nagekomen,
Partijen zijn in onderhandeling getreden,
Partijen hebben nadere overeenstemming bereikt die zij in de onderhavige overeenkomst neerleggen.
Partijen zijn -met anderen- partij bij het Addendum Koopovereenkomst (..),
[betrokkene 2] heeft zich jegens Verkopers tot hoofdelijk schuldenaar verbonden voor al hetgeen Verkopers ingevolge o.a. het Addendum van [B.V. 3] te [lees:] vorderen mochten hebben voor een bedrag van € 500.000,--,
[B.V. 3] is haar verplichtingen ingevolge het Addendum niet nagekomen,
Verkopers hebben per brief d.d. 4 mei 2022 [B.V. 3] aansprakelijk gesteld (..),
[betrokkene 2] is jegens Verkopers aansprakelijk voor een bedrag van € 500.000,
(..),
Partijen zijn in onderhandeling getreden,
Partijen hebben nadere overeenstemming bereikt die zij in de onderhavige overeenkomst neerleggen.
(..)
enige houders van alle geplaatste aandelen’in het kapitaal van [B.V. 4] B.V. (aldus de aanvang van de considerans van de koopovereenkomst) enerzijds, en [B.V. 3] anderzijds. De verkopers zijn twee onderscheiden vennootschapsrechtelijke entiteiten die ieder voor zich hun aandelen wensten te verkopen en over te dragen aan [B.V. 3] . Uit de niet-nakoming van deze overeenkomst is - via het Addendum waarbij beide verkopers partij waren - voor beide verkopers een eigen vordering jegens [verweerster] ontstaan.
4.De beslissing
[verweerster], wonende te [woonplaats] aan [adres 2] ( [postcode] ), in staat van faillissement;