In deze zaak stond het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene uit hennepteelt centraal. De rechtbank Limburg had het voordeel vastgesteld op €80.725,03 en een betalingsverplichting opgelegd. Betrokkene stelde in hoger beroep dat het voordeel lager was, gebaseerd op een eerdere oogst van 200 planten met een netto voordeel van circa €18.012.
Het hof heeft de verklaring van betrokkene gevolgd, mede vanwege de vondst van 30 zakken gebruikte potgrond en 200 bloempotten in een andere kweekruimte, en het ontbreken van eerdere strafrechtelijke veroordelingen voor Opiumwetdelicten. Het hof heeft de kosten in mindering gebracht volgens het rapport Afpakken, waardoor het voordeel is vastgesteld op €18.262.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en legt betrokkene de betalingsverplichting op tot dit bedrag. Tevens bepaalt het hof de maximale duur van gijzeling op 365 dagen, conform de wettelijke bepalingen en landelijke oriëntatiepunten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 21 maart 2024.