In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd waarbij verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag door met een kruisboog op het slachtoffer te schieten in diens woning.
Het hof verving een bewijsmiddel en voegde aanvullend ambtelijk onderzoek toe naar het veiligheidsmechanisme van de kruisboog. Uit de bewijsmiddelen bleek dat verdachte bewust en willens de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard, ondanks zijn alcoholgebruik en het tijdstip waarop het incident plaatsvond.
De verdachte had de dag ervoor met de kruisboog in de woning geschoten en had het slachtoffer gewaarschuwd binnen te blijven. Desondanks schoot hij de volgende ochtend rond 5 uur een pijl af die het slachtoffer raakte. Het hof verwierp het verweer dat sprake was van ontbreken van voorwaardelijk opzet.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het meermalen handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en werd de kruisboog met pijlen verbeurd verklaard. De opgelegde straf bedraagt 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een geldboete van € 200,- subsidiair 4 dagen hechtenis.