Uitspraak
[minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ),
[minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ),
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de zorgregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen centraal. De vader was in hoger beroep gegaan tegen een eerdere beschikking die de zorgregeling beperkte. Het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk voor zijn verzoek met betrekking tot minderjarige 2, omdat hij dit verzoek had ingetrokken.
Voor wat betreft minderjarige 1 oordeelde het hof dat de huidige zeer beperkte en begeleide zorgregeling niet zonder meer noodzakelijk was, maar dat de uitgebreide onbegeleide zorgregeling uit het verleden te belastend was. De kindeigen problematiek van minderjarige 1, waaronder gedragsproblemen en autisme, en het behandeltraject bij een jeugdhulpinstantie spelen een belangrijke rol.
Het hof besloot daarom de zorgregeling met de vader beperkt uit te breiden met een extra contactmoment van vier uur eens per veertien dagen in weekenden dat het kind niet bij de moeder verblijft. De invulling van dit contactmoment, begeleid of onbegeleid, wordt aan de gecertificeerde instelling overgelaten. Het hof benadrukte dat de uitbreiding losstaat van het perspectiefbesluit over de toekomstige woonplaats van het kind.
De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de belangen van het kind, waarbij stabiliteit en continuïteit in de behandeling worden gewaarborgd, terwijl het contact met de vader wordt bevorderd binnen de grenzen van wat het kind aankan.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling met minderjarige 1 door een beperkt extra contactmoment toe te staan en verklaart de vader niet-ontvankelijk voor het verzoek omtrent minderjarige 2.