Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 maart 2024, waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft bepaald;
- de ten behoeve van de mondelinge behandeling na aanbrengen ingediende producties 71 tot en met 79 van [geïntimeerde] ;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 3 april 2024;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord in principaal appel, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel, met producties 80 tot en met 85;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties 1 en 2.
6.De verdere beoordeling
Geachte heer [geïntimeerde] ,
Artikel 5 – Algemene rechten en verplichtingen
€ 1.000,-- per keer dat dit gebeurt;
€ 10.000,- verbeurd. Na betekening van het vonnis heeft Limburgia naar eigen zeggen aan het bevel voldaan, onder gelijktijdige opzegging van het lidmaatschap. De huidige stand van zaken is dus dat [geïntimeerde] niet staat ingeschreven als lid van Limburgia.
€ 36.182,99 aan netto schadevergoeding. Afzonderlijk heeft [geïntimeerde] een nieuwe vordering met betrekking tot het bewaargeld ingesteld (zie hiervoor rov. 6.3.3 onder II).
(€ 3.500,- + € 41,35 + € 124,45 + € 42,50 + € 121,- + € 1.061,99) = € 4.891,29 toewijzen, alsmede het bewaargeld van 25 augustus 2021 tot de datum van dit arrest. Voor het overige zal het vonnis van 13 september 2023 als hersteld bij vonnis van 11 oktober 2023, voor zover aan de orde in hoger beroep, worden bekrachtigd.
- Griffierechten € 783,-
- Salaris advocaat € 3.142,- (2 punten x tarief III)
- Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
€ 4.103,-
7.De uitspraak
€ 50.000,-;